Kinderbekkenfysiotherapie


Zindelijk worden gaat meestal vanzelf. De meeste kinderen worden zindelijk tussen twee en vier jaar. Om zindelijk te worden moeten kinderen echter dit wel kunnen, willen en begrijpen. Ze moeten kunnen voelen of ze een plas of poep moeten doen en begrijpen waarvoor een toilet of potje dient. In principe wordt een kind (meestal) eerst zindelijk voor ontlasting en daarna voor het plassen. Soms lukt het niet zo goed en hebben kinderen ouder dan vijf jaar nog regelmatig een ”ongelukje”. Ook een buikoperatie, een aangeboren afwijking of een traumatische ervaring kunnen problemen opleveren bij het plassen en/of poepen.

Kinderbekkenfysiotherapie is een specialisatie binnen de fysiotherapie waarbij een kinderfysiotherapeut of bekkenfysiotherapeut zich heeft gespecialiseerd in de behandeling van kinderen met plas- en/of poepklachten. De kinderbekkenfysiotherapeut gaat samen met u en
uw kind onderzoeken of deze klacht verholpen kan worden.
 

Welke problemen kunnen voorkomen?

• Plasongelukjes overdag
• Bedplassen
• Erg vaak moeten plassen
• Blaasontstekingen
• Angst om te plassen of te poepen
• Obstipatie (verstopping)
• Diarree
• Buikpijn, verminderde eetlust, lusteloosheid
 

Intake en onderzoek

De eerste keer dat u samen met uw kind bij de kinderbekkenfysiotherapeut komt, vindt er een kennismakingsgesprek plaats. De fysiotherapeut zal de hulpvraag  in kaart brengen en  vragen stellen over het eten en drinken en het toiletgedrag van uw kind. Daarnaast worden er vragen gesteld over de ontwikkeling en het functioneren van uw kind.

Er wordt een lichamelijk onderzoek gedaan waarbij gekeken wordt naar de motoriek van uw kind en specifiek naar de motoriek van de bekkenbodemspieren.
De bekkenbodemspieren zijn erg belangrijk bij het plassen en poepen. Ze moeten kunnen aanspannen bij het ophouden van de plas en ontlasting en kunnen ontspannen bij het gaan plassen en poepen.
Plas- en/of poepklachten kunnen te maken hebben met verkeerd gebruik van de bekkenbodemspieren of verkeerd aangeleerd toiletgedrag. Ook kan een buikoperatie, aangeboren afwijking, stress factoren of een traumatische ervaring invloed hebben op het plas- en poepgedrag.

Na de intake en het onderzoek stelt de kinderbekkenfysiotherapeut samen met u en uw kind een behandelplan op.  Afstemmen van beleid met u als ouders , school en kinderopvang /BSO is hierbij belangrijk! Soms is samenwerking met een kinderfysiotherapeut of kinderpsychotherapeut zinvol, met name bij gedragsmatige problemen.
 

Behandeling

De behandeling bij kinderen met plas- en poepklachten kan bestaan uit:
• Uitleg aan u over de klachten: Wat is er aan de hand en hoe is het ontstaan?
• Uitleg aan het kind over plassen en poepen in relatie tot de klacht. De fysiotherapeut maakt hierbij gebruik van kindvriendelijk materiaal zoals plaatjes en boekjes.
• Uitleg van het juiste toiletgedrag en de toilethouding.
• Adviezen voor eten, drinken en bewegen.
• Oefeningen om de bekkenbodemspieren te leren aanspannen en ontspannen.
• Oefeningen om op de juiste manier te leren plassen en poepen.
• Ademhalings- en ontspanningsoefeningen.
• Het invullen van een plas- en/of poepdagboekje.
 

Thuis

Het is belangrijk om ook thuis met uw kind de aangeleerde oefeningen te doen. Het vraagt om een goede motivatie en doorzettingsvermogen van het kind, maar ook de medewerking van u als ouder. Hoe lang het traject van behandeling duurt, is afhankelijk de klacht en hoe lang de klacht al bestaat.
Van de fysiotherapeut krijgt u  (voorlees) boekjes, materialen en tips mee om het oefenen zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor uw kind.
 

Opleiding Kinderbekkenfysiotherapeut

Madelon Smans-Kaal heeft na de opleiding fysiotherapie de Masteropleiding bekkenfysiotherapie en kinderbekkenfysiotherapie gevolgd aan de S.O.M.T. (Stichting Opleidingen Musculosketale Therapie)

 

Bekijk hier de folder!